Het schoolreglement bestaat uit vier documenten:

 

-       Pedagogisch klimaat Lorentzschool, uitgangspunten, regels en afspraken

-       Protocol Gedragsregels Lorentzschool

-       De vijfsporenaanpak bij (digitaal)pesten

-       Het pestprotocol

-       Het document over pesten en plagen (bijlage)

 

De gedragsregels, uitgangspunten, regels en afspraken zijn bedoeld voor kinderen, ouders en medewerkers. Het opvolgen van deze richtlijnen is geen doel op zich, maar een leidraad, waarnaar gehandeld dient te worden.

 

Pedagogisch klimaat Lorentzschool

Uitgangspunten, regels en afspraken 

 

De sfeer en omgeving waarin leerlingen zich ontwikkelen op school wordt ook wel het pedagogisch klimaat genoemd. De sfeer binnen een school is erg moeilijk in woorden te vangen. Door te beschrijven wat onze visie is en deze uit te werken in  kenmerken, gedragingen, regels en afspraken, proberen we toch een goed beeld te geven van het pedagogisch klimaat.

 

Visie op pedagogisch klimaat

 

Naast de cognitieve ontwikkeling is de sociaal emotionele ontwikkeling erg belangrijk. We willen dat kinderen leren vertrouwen te hebben in zichzelf, in elkaar en in volwassenen.

Kinderen moeten leren samenwerken en ook leren omgaan met emoties van zowel zichzelf als van anderen. Het ontwikkelen van deze vaardigheden kan alleen in een veilige en geborgen omgeving op basis van wederzijds respect.

 

De Lorentzschool wil een school zijn waar de leerlingen:

  • zich veilig en geborgen voelen
  • gerespecteerd worden om wie zij zijn en anderen met respect behandelen
  • een goede band hebben met de leerkrachten
  • op hun eigen mogelijkheden vertrouwen en dus ook fouten durven te maken
  • leren zelfstandig te werken en te leren
  • leren samenwerken en samen leren
  • leren omgaan met hun eigen gevoelens en die van anderen
  • zich verantwoordelijk voelen voor hun eigen handelen
  • vrijheid geboden wordt, binnen duidelijke grenzen

 

De school

 

Natuurlijk moet de school voldoen aan alle eisen voor fysieke veiligheid voor kinderen. Daarnaast moet de school ook voor leerlingen een uitdagende leeromgeving zijn.  De leerkracht zorgt voor een uitnodigend en gezellig lokaal. De materialen zijn makkelijk toegankelijk, er is variatie in de opstelling van de klas en er is een gestructureerde rijke leeromgeving.

Om de rust in de school tijdens de lesuren te garanderen zijn er gedragsregels opgesteld.

Daarnaast gelden gedragsregels op het schoolplein.

 

 

De leerkracht

 

De leerkrachten van de Lorentzschool realiseren zich dat hun handelen (bewust of onbewust) invloed heeft op de ontwikkeling en het welbevinden van kinderen. Een voorwaarde voor een positief pedagogisch klimaat is dat  het handelen van de leerkracht consequent is en gericht op de uitgangspunten zoals die in de visie/missie beschreven staan.

Door leerlingen goed te observeren en regelmatig met leerlingen te praten, verifieert een leerkracht of zijn handelen ook goed overkomt.

Kenmerkend voor de leerkracht in zijn handelen en omgang met de leerlingen is: empathie, betrokkenheid, integriteit, respect en vertrouwen.

 

 

De leerling

 

We zijn ons bewust dat het bijbrengen van sociale vaardigheden primair de taak van ouders is en school het tweede opvoedingsmilieu vormt.

We verwachten dan ook dat motivatie om te leren en respect hebben voor anderen in de basis door ouders bijgebracht wordt. De taak van school is vanuit een positief pedagogisch klimaat de sociale competentie en vaardigheden van leerlingen te versterken.

De leerlingen dienen ook open te staan voor het handelen van leerkrachten.

Indien een leerling op school onaangepast gedrag vertoont, dan is het een taak van de leerkracht het onaangepaste gedrag te corrigeren. Indien hetzelfde gedrag vaker voor komt of toeneemt, zullen de ouders aangesproken worden ook thuis aandacht te schenken aan het onaangepast gedrag, zodat in overeenstemming het gewenste sociale gedrag bijgebracht kan worden.

Indien een leerling zich niet aan afspraken of regels houdt of onaangepast gedrag vertoont dan kan de leerkracht de volgende sancties nemen:

  • waarschuwen
  • apart zetten
  • in andere groep zetten
  • in pauzes binnenlaten
  • strafwerk geven
  • strafwerk meegeven (na ouders ingelicht te hebben)
  • na laten blijven (na ouders ingelicht te hebben)
  • overleg met ouders over gezamenlijke aanpak/straf
  • aanmelden voor leerlingenbespreking i.v.m. gedragsproblemen

Uitgangspunt is, dat straf zinvol moet zijn.

 

Indien het gedrag niet verbetert, onaangepast blijft of ontoelaatbaar is, dan kan een officiële waarschuwing volgen. Bij een volgende overtreding wordt schorsing aangevraagd. In het uiterste geval kan een procedure opgestart worden om de leerling van school te verwijderen.

 

  

Regels en afspraken

 

Algemene regels / Respect en rust

  • Spreek elkaar aan met de naam, niet een bijnaam, kreet (hé) of alleen achternaam
  • We gebruiken geen schuttingtaal, schelden en vloeken niet.
  • De leerlingen spreken de leerkrachten aan met ‘juf/juffrouw of ‘meester’, eventueel gevolgd door de voornaam van de leerkracht.
  • Leerlingen mogen de leerkrachten tutoyeren.
  • Neem de normale beleefdheidsregels in acht
  • Wees op tijd op school.
  • Rustig op de gangen lopen.
  • Rustig op de gangen werken.
  • Zorg dat rommel opgeruimd wordt.
  • Niet snoepen onder schooltijd, tenzij het een traktatie is.
  • Vijftien minuten voor schooltijd mag je naar binnen. Zoek je plaats in de klas op of ga rustig in de kring zitten.
  • Ga zuinig met alle materialen om.

 

Pleinregels

  • Op de pleinen wordt in de pauzes alleen met een foambal gevoetbald.
  • Overige balspelen op het plein alleen met toestemming van de pleinwacht.
  • Bij de fietsenstalling in de tuin loop je met de fiets aan de hand.
  • Fietsen staan in de rekken.
  • Tijdens de pauzes wordt buiten niet gegeten; een uitzondering kan gemaakt worden voor een traktatie.
  • Afval wordt in de vuilnisbak gegooid.
  • Er wordt niet met zand, takken of andere spullen gegooid.

Samen spelen

  • Vecht/schop/sla/trekspelletjes waarbij de kans is dat je een ander pijn doet mogen niet.
  • Speel creatief, niet agressief.
  • Hou bij het spelen rekening met elkaar.
  • Er worden geen kinderen buitengesloten

 

Conflicten/Pesten

  • Kinderen leren met de methode “De Vreedzame School” omgaan met conflicten.
  • Pestgedrag wordt niet getolereerd.
  • Conflicten worden altijd opgelost.
  • Lukt het niet onderling, dan zijn er voor de kinderen vanaf groep 5 mediatoren uit de groepen 7 en 8 beschikbaar, maar de leerkracht kan je ook helpen.
  • Conflicten dienen opgelost te zijn, voordat de leerling weer naar huis gaat.
  • Geef elk kind elke dag een nieuwe kans.

 

Belonen

Leerlingen worden beloond op de volgende wijze:

§        Complimenten op schrift, in woord en gebaar

§        Beloningsstickers, -kaartjes, of -stempels

§        Kortdurende leuke activiteit, afwijkend van het lesrooster

§        Door de groep gekozen beloningen bij de methode Taakspel

  

Klassenregels

§        Vanuit de Vreedzame School zijn er drie basisregels die voor alle groepen gelden:

o        Ik doe mij werk zo goed ik kan

o        Wat ik doe is goed voor de groep

o        Ik zorg voor de school, het lokaal en onze spullen

§        De leerkracht stelt met de kinderen aanvullende regels op.

§        Deze regels kunnen niet afwijken van bovenstaande basisregels, maar zijn een aanvulling of uitwerking daarvan.

§        De regels worden aan het begin van het schooljaar met de kinderen besproken en aan ouders voorgelegd op de kennismakingsavond.

 

 

Protocol Gedragsregels Lorentzschool

 

Gedragsregels

 

§        De school is toegankelijk voor alle kinderen. Bij ons op school worden verschillen geaccepteerd en gerespecteerd.

§        Bij ons op school respecteren we ieders geloof of levensovertuiging (passend binnen de democratische rechtsstaat).

§        Bij ons op school heerst een veilig schoolklimaat.

 

 

Veilig klimaat

 

§        Leerlingen, docenten, onderwijsondersteunend personeel, directie en ouders gaan respectvol met elkaar om: zij doen elkaar geen pijn, hinderen elkaar niet en berokkenen elkaar geen schade. Niemand doet iets wat een ander stoort, raakt de ander niet aan als deze dat niet prettig vindt.

§        Gelijke gevallen worden gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, (seksuele) geaardheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

§        Op school wordt geen geweld gebruikt, niet gepest en er worden geen bijnamen gegeven. Er wordt niet geroddeld en gescholden, er worden geen spullen afgepakt en vernield. Ook wordt niet met geweld gedreigd en vindt geen afpersing plaats. Er wordt niet mishandeld en geen seksueel geweld gebruikt.

§        Op school wordt iedereen met zijn eigen naam aangesproken.

§        Iedereen zorgt dat de school er ordelijk en gezellig uitziet. Vanzelfsprekend heeft het personeel daarin een voorbeeldfunctie. Personeelsleden wijzen de kinderen, indien nodig, op de schoolspecifieke gedragsregels.

§        Iedereen gaat zorgvuldig om met eigendom van een ander. (Met zorgvuldig wordt bedoeld: het niet met opzet misbruiken van het geleende eigendom, zodat het eigendom ongeschonden teruggegeven kan worden.)

§        Het is niet toegestaan de (ICT-)apparatuur binnen de school te gebruiken voor opslag, opvragen en verspreiden van racistisch, discriminerend en seksueel getint materiaal.

§        Personeel en leerlingen dragen kleding die voor anderen niet aanstootgevend is.

 

 

Persoonlijke contacten tussen leerkrachten/ onderwijsassistenten/stagiaires/ondersteunend personeel en leerling

 

§        Directie, leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel proberen zo veel mogelijk te vermijden met één leerling achter te blijven in één ruimte. Indien een kind langer moet blijven, zorgt de leerkracht dat hij/zij zichtbaar is voor anderen.

§        Leerkrachten vermijden zoveel mogelijk dat ze alleen zijn met een leerling of groepje leerlingen. Indien dat toch gebeurt, informeren zij collega’s hierover en laten de deur van de ruimte open.

§        Kinderen worden in principe niet bij de leerkracht thuis uitgenodigd. Wel kan een groepje leerlingen op bezoek komen na overleg met en toestemming van de ouders. De directeur wordt hierover geïnformeerd.

§        Directie, leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel geven geen dure persoonlijke cadeaus aan leerlingen. Ook accepteren zij geen dure persoonlijke cadeaus van leerlingen.

  

 

Schoolgebonden activiteiten

 

§        Tijdens schoolgebonden activiteiten gelden dezelfde regels als in de schoolsituatie.

§        Mannen en vrouwen, jongens en meisjes slapen gescheiden van elkaar tijdens een kamp. Als dit door omstandigheden niet mogelijk is, worden hier vooraf afspraken over gemaakt.

§        Het gedrag van leerkrachten vormt geen bedreiging of probleem voor de leerlingen.

§        Het toezicht in douches en kleedruimtes wordt, indien mogelijk, verricht door leerkrachten van hetzelfde geslacht als de betreffende leerlingen. Is dit niet mogelijk, dan klopt de leerkracht duidelijk voordat hij of zij de douche- of kleedruimte betreedt. Het gedrag van leerkrachten vormt geen bedreiging of probleem voor de leerlingen.

 

 

Bewegingsonderwijs

 

§        Het toezicht in kleedruimtes wordt, indien mogelijk, gedaan door leerkrachten van hetzelfde geslacht als de betreffende leerlingen. Indien dat niet mogelijk is wordt er door de leerkracht eerst duidelijk geklopt voordat de kleedruimte wordt betreden. Het gedrag van leerkrachten vormt geen bedreiging of probleem voor de leerlingen.

§        Leerlingen vanaf groep 4 worden geacht zich zelfstandig aan- en uit te kunnen kleden. Bij jonge kinderen wordt incidenteel hulp verleend bij het aan- en uitkleden.

§        In de lessen wordt rekening gehouden met het zich op een bepaalde leeftijd ontwikkelend schaamtegevoel bij kinderen.

§        Tijdens oefeningen kan de leerkracht functionele hulp verlenen zodanig dat de oefening juist en zonder gevaar wordt uitgevoerd. Lichamelijk contact mag nooit leiden tot ongewenste aanrakingen.

§        Er wordt altijd voorzichtig gewerkt en gevaarlijk gedrag wordt vermeden: loshangende kledingstukken en moeilijk verwijderbare sieraden worden vastgemaakt of vastgeplakt, andere sieraden worden verwijderd en lang haar wordt bij elkaar gebonden, zodat er geen gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.

 

 

Geweld

 

§        Verbaal geweld is niet toegestaan: er mag niet worden gescholden en er mag geen onbehoorlijke taal worden gebruikt, niet tegen volwassenen, maar ook niet tussen leerlingen onderling.

§        Non-verbaal geweld is niet toegestaan: er mogen bijvoorbeeld geen gewelddadige en/of dreigende gebaren worden gemaakt en dreigbrieven en afpersing zijn niet toegestaan.

§        Lichamelijk geweld is niet toegestaan: dit betekent onder andere dat vechten, hinderlijk duwen of een ander opzettelijk lichamelijk letsel berokkenen, niet is toegestaan.

 

 

Wapens

§        Het gebruik van welk voorwerp dan ook als wapen is verboden en het meenemen naar school of het op school in bezit hebben van voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, is niet toegestaan.

 

 

Roken, alcohol, drugs

 

§        In het schoolgebouw wordt niet gerookt. Roken is voor het personeel uitsluitend toegestaan op een door de directeur van de school aangewezen plek op het schoolterrein

§        Het gebruik van alcohol of het bij zich hebben van alcoholhoudende dranken is op school niet toegestaan. De directeur kan ouders, personeel toestemming geven alcohol te gebruiken tijdens bijeenkomsten.

§        Het onder invloed zijn, in bezit hebben of verhandelen van drugs is op school niet toegestaan.

Wanneer mocht blijken, dat ondanks de afspraken over gedragsregels en richtlijnen voor het pedagogisch klimaat op de Lorentzschool sprake is van pestgedrag (zie voor “wat is pesten”, de bijlage “Plagen of pesten), zal gekozen worden voor een gestructureerde aanpak.

  • Voor de leerkrachten en overige begeleiders is informatie beschikbaar over pestgedrag. Deze informatie is te vinden in het document “plagen of pesten”.
  • Naast de jaarlijkse afname van de Pesttest in de midden-, en bovenbouwgroepen is het mogelijk op dat moment de quickscan in te zetten. De quickscan is een anonieme vragenlijst voor de kinderen van een klas, om zo een analyse van de groep te kunnen maken.
  • Er is een lespakket over pesten beschikbaar voor de midden-, en bovenbouwgroepen. Dit is een serie van 4 lessen die in zijn geheel of gedeeltelijk ingezet kan worden.

 

Signalering pestgedrag

Hoe zorgt de school ervoor dat pesten snel herkend wordt door de leerkrachten; meteen (90%) en binnen een week (99%)?

Om pesten te voorkomen en/of zo snel mogelijk te stoppen, is het van belang dat pestgedrag zo snel mogelijk boven tafel komt.

Behalve de natuurlijke voelsprieten van de leerkracht worden hiervoor de volgende middelen ingezet:

·       Tijdens het buitenspelen zijn altijd minimaal 2 leerkrachten of onderwijsassisten op het plein om te surveilleren, zodat bij ongevallen ed. één van de collega’s met een kind naar binnen kan.

·       Van de leerkracht/onderwijsassistent wordt verwacht dat zij actief surveilleren en zich zodanig opstellen, dat ze zicht hebben op het volledige schoolplein.

·       Wanneer een kind meldt dat het gepest wordt, wordt ook wanneer de leerkracht denkt dat het om plagengaat, contact gezocht met de ouders om dit te bespreken.

 

 

Vijfsporenaanpak

 

Deze aanpak is gericht op de verschillende partijen die betrokken zijn bij pesten: het gepeste kind, de pester, de ouders, de klasgenoten en de school.

Wanneer spreken we van pesten?

Pesten is bedreigend. Het gebeurt niet zomaar een keer, maar iedere dag weer, soms een jaar of langer achter elkaar.
Bij pesten wordt een slachtoffer uitgezocht om de baas over te spelen op een heel bedreigende manier.

De algemene verantwoordelijkheid van de school.
De school (directie, leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel) zorgt dat voldoende informatie beschikbaar is over pesten in het algemeen, het aanpakken van pesten in de eigen groep en de eigen school.
De school neemt stelling tegen het pesten.
De school brengt huidige situatie rond pestbeleid in kaart (bijvoorbeeld via de quick-scan pestbeleid).
De school heeft een goed beleid rond pesten en veiligheid van leerlingen waar de hele school bij betrokken is.

Steun bieden aan het kind dat gepest wordt:
Naar het kind luisteren en zijn probleem serieus nemen.
Met het kind overleggen over mogelijke oplossingen.
Samen met het kind werken aan oplossingen.
Zo nodig zorgen dat het kind deskundige hulp krijgt (bijvoorbeeld een sociale vaardigheidstraining om weerbaar te worden).
Zorgen voor follow-up gesprekken.

 

Steun bieden aan het kind dat zelf pest:  
Direct nadat het ontdekt is: Stel grenzen en verbind daar consequenties aan.
Met het kind bespreken wat pesten voor een ander betekent.
Het kind helpen om op een positieve manier relaties te onderhouden met andere kinderen.
Het kind helpen om zich aan regels en afspraken te houden.
Zorgen dat het kind zich veilig voelt; uitleggen wat jij als leerkracht gaat doen om het pesten te stoppen.
Zorgen voor follow-up gesprekken.

 

De ouders van het gepeste en van het pestende kind steunen:
Ouders die zich zorgen maken over pesten serieus nemen.
Ouders van de betrokken kinderen zo snel mogelijk (binnen een week) op de hoogte brengen en houden van pestsituaties. Voorkom het ontstaan van een patroon. Dat  moet zsm, anders kom je daar niet meer uit Informatie en advies geven over pesten en de manieren waarop pesten kan worden aangepakt.
In samenwerking tussen school en ouders het pestprobleem aanpakken. Zowel op school als vanuit de thuissituatie.
Zo nodig ouders doorverwijzen naar deskundige ondersteuning.

 

De middengroep (de rest van de klas) betrekken bij de oplossingen van het pestprobleem:
Met de kinderen praten over pesten en over hun eigen rol daarbij.
Met de kinderen overleggen over mogelijke oplossingen en over wat ze zelf kunnen bijdragen aan die oplossingen.
Samen met de kinderen werken aan oplossingen, waarbij ze zelf een actieve rol spelen.

 

 

 

De uitgangspunten van het vijfsporenbeleid, leiden vervolgens tot het onderstaande protocol.

 

 

Voorwaarden om pestgedrag succesvol aan te pakken

 

 

  • Pesten is een probleem dat onderkend  moet worden door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/ verzorgers (hierna genoemd: ouders).
  • De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.
  • Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen. 
  • Wanneer pesten ondanks alle inspanningen als nog de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak. 
  • Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een vertrouwenspersoon nodig. De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.
  • Op de Lorentzschool is een interne contactpersoon aangesteld.    

 

Uitgangspunt 1

Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Vanaf de kleutergroep brengen we kinderen dit al bij:

Als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt er zelf niet uit dan mag je hulp aan de leerkracht vragen.

Uitgangspunt 2

Een medeleerling heeft ook de verantwoordelijkheid om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

 

Uitgangspunt 3

Samenwerken zonder bemoeienissen:

School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om  eigenhandig een probleem voor hun kind op te komen lossen. Bij problemen van pesten zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid nemen en overleg voeren met de ouders. De inbreng van de ouders blijft bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie, tot het geven van suggesties en tot het ondersteunen van de aanpak van de school.

 

Aanpak van pestgedrag in vier stappen

Wanneer leerlingen pesten proberen zij en wij:

 

STAP 1: signaleren

Er eerst zelf ( en samen) uit te komen.

De mediatoren kunnen in deze eerste fase een rol spelen door middel van het mediatiegesprek. Een dergelijk gesprek vindt alleen met instemming van beide kinderen plaats. Na de mediatie is duidelijk of er sprake is van plagen of pesten.

STAP 2: informeren en registreren

Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt ( in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen.

Op dit moment worden de ouders geïnformeerd en komt er een verslag in de klassenmap.

 

STAP 3: interventies

De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en probeert samen met hen de pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.

Minimaal één maal per week wordt door de leerkracht met beide leerlingen gereflecteerd op de gemaakte afspraken. De wijze waarop dit gebeurt is afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van de kinderen.

Bij herhaling van pesterijen  tussen dezelfde leerlingen volgen sancties

(zie bij consequenties).

 

STAP 4: verdere stappen

Bij herhaaldelijk pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest. De fases van bestraffen treden in werking. De beschikbare lessenserie (midden en bovenbouw) wordt ingezet om het probleem ook in de klas bespreekbaar te maken

Ook nu wordt in de abc-map melding gemaakt van pestincidenten. Bij iedere melding in de map omschrijft de leerkracht ‘de toedracht’. De ouders worden uitgenodigd voor een gesprek met de groepsleerkracht. Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.

De leerkracht biedt altijdhulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen. 

 

Mogelijke straffen:

  • Een of meerdere pauze s binnen blijven.
  • Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn.
  • Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem.

Daarnaast zal de insteek zijn het gedrag van de pester te veranderen. Door een gesprek komen tot bewustwording van wat hij of zij met het gepeste kind uithaalt.

Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals de  schoolarts. De leerling kan door de directie en de Intern Begeleider (IB) worden ingebracht in het ZAT-overleg. Dit is het overleg waarin alle betrokkenen rond de zorg vertegenwoordigd zijn (leerplichtambtenaar, GGD, maatschappelijk werk, IB en directie)

Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere klas of buiten de klas te plaatsen.

Als dit niet werkt kan de directie een officiële waarschuwing geven en in het uiterste geval over gaan tot schorsen. De te volgen stappen hiertoe staan in het protocol schorsen en verwijderen.

 

Aandachtpunten voor leerkrachten bij gesprekken met de verschillende betrokkenen.

 

 

Begeleiding van de gepeste leerling:

 

  • Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest
  • Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het   pesten
  • Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.
  • Zoeken en oefenen van een andere reactie, bijvoorbeeld :  je niet afzonderen
  • Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.
  • Nagaan welke oplossing het kind zelf wil
  • Sterke kanten van de leerling benadrukken
  • Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/beter opstelt
  • Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s)
  • Het gepeste kind niet overbeschermen bijvoorbeeld naar school brengen of ‘ik zal het de pesters wel eens gaan vertellen’. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.

 

Begeleiding van de pester:

 

  • Pesten is verboden in en om de school: wij houden ons aan deze regel: straffen als het kind wel pest – belonen (schouderklopje) als kind zich aan de regels houdt.
  • Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.
  • Excuses laten aanbieden
  • In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft
  • Praten, zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen)
  • Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren.
  • Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten?
  • Zoeken van een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.
  • Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen ; huisarts;

 

Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

 

·          Een problematische thuissituatie

·          Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen)

·          Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt

·          Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan

·         Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt

 

 

Adviezen aan de ouders van onze school:

Ouders van gepeste kinderen:

 

·         Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.

·         Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.

·         Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken

·         Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.

·         Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

·         Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

 

 

Ouders van pesters:

 

·         Neem het probleem van uw kind serieus

·         Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden

·         Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen

·         Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet

·         Besteed extra aandacht aan uw kind

·         Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport

·         Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind

·         Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.

 

 

Alle andere ouders:

 

·         Neem de ouders van het gepeste kind serieus

·         Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan

·         Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.

·         Geef zelf het goede voorbeeld

·         Leer uw kind voor anderen op te komen.

·         Leer uw kind voor zichzelf op te komen