Daltonprincipes in de praktijk:
Zelfstandigheid
Gek is hij op tuinieren, dat viel al op in de tuingroep, het liefst de hele winter door. Maar in de winter is er geen tuingroep.
“Mag ik dan bladeren vegen op het plein, juf?!”
Natuurlijk mag dat. Hij weet wat hij nodig heeft: de bezems, de scheppen en de kruiwagens heeft hij in een ommezien gevonden. Met een stel vrienden is hij een half uur lang druk in de weer. De laatste kruiwagen, afgeladen met bladeren rijdt hij vol trots naar me toe.
“Kijk juf, de laatste!”
Opeens ontploft de kruiwagen. Onder de hoop balderen vandaan schiet met een ijzingwekkende kreet een jongen omhoog. Mijn gegil klinkt tot achter op het schoolplein.
In een groep uit de middenbouw ontstaat spontaan een vraag- en aanbodspel. Zoals iedereen weet, heb je dan een bank, een pinautomaat en een portemonneewinkel nodig. Die zijn al snel in bedrijf. De leerkracht ziet zijn kans schoon: vraag en aanbod, geld, handel en koopwaar. Onder begeleiding van een aantal geweldige ouders, gewapend met vijftig cent per kind, gaat de hele groep naar het marktplein. Op de markt handelen ze op het scherp van de snede met de kooplui, ruilen een winterwortel voor een lange onderbroek en jodelen een liedje voor een bos bloemen. Trots komen ze terug met de buit: een Winkel van Sinkel vol spullen.
Een andere groep zit in de koffieruimte. Er klinkt een stemmig muziekje en er worden mandala’s gekleurd. In tweetallen fabriceren leerlingen om beurten, onder begeleiding van een stel geweldige ouders, van oude stompjes kaars, kleurig gelaagde nieuwe kaarsen. De sfeer is de kersttijd meer dan waardig, daar kan de tv nog een puntje aan zuigen. Ik hoor nog net een van de ouders zeggen:
“Straks moet hier nog blauw en rood bij, want dat wilde dat meisje graag.”
Als beloning voor goed gedrag in de klas, spelen op het plein telkens twee kleine groepjes een voetbaltoernooi. Een van de leerlingen is de scheidsrechter. Hij is streng doch rechtvaardig en alle spelers hebben een diep ontzag voor zijn beslissingen.
Een leerling uit groep acht zit in de kookgroep. Hij vraagt aan zijn kookjuf het recept, want hij vindt de pasta die ze net gemaakt hebben, wel heel erg lekker. Later in de week vertelt zijn moeder met glimmende ogen dat haar zoon zelf de boodschappen heeft gedaan en heerlijk voor het hele gezin heeft gekookt.
Een leerkracht in de onderbouw laat zien hoe je een pracht van een kerstbal kunt maken van kleurige stroken papier en twee splitpennen. Stroken papier, prikpennen, stansmachientjes, zilverdraad, glitter, aan alles heeft de leerkracht gedacht. Net als altijd verschijnt er een vingertje.
“Juf, mag ik het ook op mijn eigen manier doen?”
Een van die geweldige ouders heeft het vertrouwen dat hij iets moois kan creëren. Hij zal zo’n leerling zijn geweest, die de dingen op zijn eigen manier wilde doen. Een mengeling van kunst en kitsch heeft hij om zich heen verzameld: behang, schilderijtjes, tule, schemerlampjes, flikkerende kerstlichtjes, een open haard. Hij weet dat er mensen zijn om hem te helpen. En net als de leerlingen nu, krijgt hij alle ruimte om zijn ideeën waar te maken. De hal verandert in een wonder van kerst.
KARIN REEF
