Daltonprincipes in de praktijk:
vrijheid in gebondenheid
Als ik de puf heb om met enige regelmaat de krant te lezen of naar het Journaal te kijken, is het knap lastig om vertrouwen in de mensheid te houden.
Vandaag geef ik les in groep 8 uit de methode De Vreedzame School. De les gaat over regels. Welke regels stijgen uit boven elke godsdienst en elke levensbeschouwing? Welke regels hebben de mensen gemeen? Waar liggen voor iedereen de grenzen? Welke regels gelden altijd, overal, voor iedereen? Voor jezelf, je moeder en je vader, je zus en je broer, je vriendin en je vriend.
Wat is een keiharde leugen en wat is een leugentje om bestwil? Is hulp inroepen van een juf of een meester hetzelfde als klikken en is klikken hetzelfde als verraad? Mag iemand een brood stelen, als hij geen geld heeft, terwijl zijn kind honger heeft?
De groep doet intens mee. De leerlingen staan voor dilemma’s, wikken en wegen, twijfelen naar hartelust en denken diep na.
In tien groepjes van drie moeten de leerlingen tien regels, tien geboden opschrijven op een groot vel papier. De groepjes overleggen intensief met elkaar en komen na verloop van tijd tot een serie wetten. We plakken de vellen papier op het bord. De leerlingen bespreken kort het resultaat. De overlappingen in de regels worden al snel duidelijk, die strepen we weg.
Dan krijgt de groep de opdracht een spotprent te tekenen, maar dan juist over oorlog, geweld, discriminatie, of iets anders gruwelijks.
Ondertussen gaat er om beurten een tafelgroep naar het bord. Ieder kind heeft drie stickers. Ieder voor zich moet een sticker plakken bij de drie regels die hij of zij het belangrijkst vindt. In de stilte kraken de hersenen, zitten argumenten, beelden en omstandigheden elkaar in de weg, veranderen gezichten in vraagtekens. Toch wordt uiteindelijk de keuze gemaakt en de sticker opgeplakt.
Als alle kinderen aan de beurt zijn geweest, bekijken we de score. Bovenaan staat met dertien stickers: je mag niet discrimineren. Een meisje weet haarfijn uit te leggen wat ze eronder verstaat: je mag niemand beoordelen op huidskleur, godsdienst of handicap.
Evenveel stemmen heeft gekregen: je mag niet de Hitlergroet brengen of andere racistische dingen doen. Verder staan in de toptien: je mag geen wapens mee naar school nemen, ook geen drugs of alcohol. Je moet respect hebben voor elkaars mening en nooit zonder toestemming aan eigendommen van een ander komen. Je moet niet doorgaan als iemand ‘stop’ of ‘nee’ zegt.
“Ik vind het moeilijk om uit te leggen, maar ik wil eigenlijk zeggen dat ik trots ben op mijn klas, omdat we zo massaal hebben gekozen voor een school zonder discriminatie,” zegt een leerling.
En ik ben trots op deze kinderen. Na een intensief denkproces komen ze tot regels die blijkbaar algemeen geldig zijn. Natuurlijk moeten ze de boze buitenwereld af en toe vergeten, moeten ze alleen maar lang en zorgeloos kind zijn. Toch zijn ze ook zeer realistisch: de buitenwereld is een jungle en we weten het. In die jungle zijn daarom regels van kracht waaraan ieder weldenkend mens zich houdt. Niet omdat die van bovenaf zijn opgelegd, maar omdat we ze zelf kunnen verzinnen.
Een leerling zei het zo: “Hoe verschillend we ook zijn, we zijn het eigenlijk behoorlijk met elkaar eens en dat geeft me een goed gevoel.”
De mensheid, ik heb er wel weer een beetje vertrouwen in.
KARIN REEF
