Dalton principes in de praktijk
Beleving

Opnieuw een laatste kus, opnieuw een laatste goede raad en dan zit er niets anders op dan elkaar los te laten. Als de bus vertrekt, pinkt een achterblijvende moeder een traan weg, heeft een achterblijvende vader last van een vreemd soort benauwdheid. Sommige kinderen uit beide groepen vijf drukken hun gezichten tegen de ruit en zwaaien, maar anderen zijn al lang vertrokken: met de kriebels in hun buik in hun eigenste bus het avontuur tegemoet.

Als de bus op de plaats van bestemming is, volgt het grote uitladen. Die twee kolossale tassen kun je onmogelijk tegelijk dragen, dat wordt dus twee keer lopen. Sommige vaders staan te popelen om een handje toe te steken, maar echte Daltonouders slagen erin om alleen maar glimlachend toe te kijken.
Eerst moet je je eigen plek veroveren. Aan de picknicktafels worden pauzehapjes uitgepakt. Nieuwsgierige ogen nemen alles in zich op. Het is spannend hier, anders, nieuw. Een wesp komt eens ruiken aan een lekker zoet drankje. De jonge eigenaar is panisch en wil erop slaan. “Als je nu maar stil blijft zitten, als je nu maar zorgt dat hij nergens in verstrikt raakt, dan gaat het wel goed,” probeer ik hem gerust te stellen. Hij pakt mijn hand, uit alle macht probeert hij zijn angst te overwinnen.
Vol verbazing kijkt een paar kinderen naar een grote lap katoen met elastiek op de hoeken. “Wat is dit nu weer?” Echte Daltonouders nemen de kinderen niets uit handen, maar leggen geduldig uit waar die lap voor dient en lopen zonder op of om te kijken verder. De kinderen gaan op de matras met plastic hoes zitten en gaan aan het werk. Maar hoe kan dat nu: zodra de ene hoek van het onderlaken om de matras zit, schiet hij weer los als ze de andere hoek aan het vastmaken zijn. Twee jongens komen al doende op het idee om elkaar te helpen.
Het grasveld is een paradijs: je kunt er voetballen, badmintonnen, tafelvoetballen, tafeltennissen, schommelen en wat al niet meer. In een hoek van het paradijs zijn een aantal kinderen aan het koken. Het wordt een biologisch-, maar vooral ook een dynamisch potje: in oude potten en pannen mengt het groepje tovenaars water, aarde, strootjes, bladeren, stenen, eikels, kastanjes en zeepsop tot een heuse toversoep. Echte Daltonouders vind je daar niet, ze zouden alleen maar in de weg lopen.
Voor het avondeten beelden we uit wat tafelmanieren zijn. Een Daltonvader en ik improviseren er lustig op los: hoe schuif je de stoel van een dame aan, wat en hoe doe je met een servet, hoe houd je je pink omhoog bij het drinken en wilt U alstublieft de geraspte kaas even doorgeven. Het diner verloopt in alle rust. De wonderbaarlijk inventieve Daltonkok houdt rekening met ieders wens.
De volgende morgen komt een jongen zo uit zijn bed naar me toe.
“Ik heb toch zo’n vreselijke honger!”
“Heb je dan niet genoeg gegeten, gisteravond?”
“Nee, want ik heb zo vaak de stoel van een meisje moeten aanschuiven dat ik helemaal niet aan eten toekwam!”

Na het ontbijt volgt de slaapzaalinspectie door slaapzaalinspecteur Jeroen. Intussen hebben echte Daltonouders badkamers en toiletten al weer blinkend schoon gemaakt: zelfstandige mensen, die kunnen samenwerken, die in vrijheid taken verdelen en die hun verantwoordelijkheid nemen. Het inspectierapport is juichend: op beide slaapzalen liggen alle slaapzakken recht, op de vloer is geen vuiltje aan de lucht en alle tassen zijn onder de bedden geschoven. Maar… bij de jongens zijn de gordijnen open en dat maakt een frisse, heldere indruk.
De Daltonvaders grijnzen triomfantelijk naar de Daltonmoeders. Ik weet niet waarom, want ze hebben de jongens helemaal niet geholpen met opruimen.

KARIN REEF

Karin \'Kaatje\' Reef