Dalton principes in de praktijk:
Vrijheid in gebondenheid
Een Daltonschool bestaat in de eerste plaats uit structuur. Kleine kinderen werken standaard met een dagplanner, grotere kinderen met een twee dagenplanner, nog weer later werken ze gestaag door aan hun weektaak. Ze kiezen zelf de volgorde: eerst maak ik rekenen af, dan begin ik aan aardrijkskunde, dan schrijf ik een bladzij. Werk dat af is, wordt op de planner afgekleurd met de dagkleur. Op gezette tijden krijgt de hele groep instructie over hetzelfde onderwerp. Maar er is ook tijd voor keuzewerk: dan werkt een leerling voor zichzelf, met een maatje of in een groep. Op stille werkmomenten kun je een speld horen vallen. De ene leerling geeft door middel van een blokje aan dat hij hulp nodig heeft en de andere dat hij niet gestoord wenst te worden.
Wanneer je als leek de school binnenstapt, lijkt het soms een chaos. Kleuter of puber, iedereen doet iets anders. Vaak zijn leerlingen in de klas aan het werk, maar ze zijn toch ook wel veel op de gang of in de bibliotheek bezig, alleen of in een groepje. Een chaos, maar een georganiseerde chaos.
Maar dan…, de week voor Pasen. Naast de georganiseerde chaos van alledag komt er uit de buitenwereld nog van alles op ons af. Bijvoorbeeld het project seksuele voorlichting van de GGD: Lentekriebels. Buiten op het plein wordt een zee van ballonnen opgelaten, hoewel sommige het vertikken om het luchtruim te kiezen en liever laag bij de grond blijven. De kriebels sluipen bij iedereen binnen, zelfs de snijdende kou houdt warme gevoelens niet tegen.
In dezelfde week worden rijk versierde schoenendozen de school binnen gebracht: Paasdozen, waarin heerlijke ontbijtjes worden opgediend voor klasgenoten.
Als iemand kriebels veroorzaakt, dan is het wel de schoolfotograaf. Menige leerling en menige leerkracht voelt de spanning stijgen. Toch kan ook de fotograaf gewoon zijn werk doen tussen alle bedrijven door. Soms moet een groep even wachten in de hal. Groep vier laat in de tussentijd prachtig ritmisch handgeklap horen. Toevallige voorbijgangers blijven ademloos staan luisteren.
Even later zit één van de groepen drie te wachten: de kinderen zetten een lied in. En nee, ze laten zich niet afleiden door een andere groep. Die leerlingen zijn zachtjes aan het overleggen. Ze kiezen een goed doel uit voor de sponsorloop die er weer aankomt.
Afgezonderd in de bijgebouwen doen de groepen vijf een reeks paasexperimenten. Rauwe en gekookte eieren worden onderzocht op sterkte, gewicht en zwaartekracht. De code op de eieren wordt gekraakt: de leerlingen weten nu of het ei een echt scharrelei is, uit welk land het komt en zelfs van welke boerderij het stamt.
In de middag is er een heuse disco. De groepen zes tot en met acht doen hun eerste ervaringen op met de ware lentekriebels. Giechelend, dansend, schuifelend en aarzelend worden de eerste amoureuze stapjes gezet.
Net die middag loopt met een brede glimlach een stel nieuwe, nietsvermoedende ouders door de school: ons kind in deze chaos?! Onopvallend pakken ze elkaars hand: lentekriebels.
KARIN REEF
