Dalton principes in de praktijk:
Zelfstandigheid

Ver weg en lang geleden, lagen in het land tussen de rivieren heel veel mooie, welvarende steden. De allermooiste van die steden heette Babel. In Babel werd een toren gebouwd, een toren hoog in de lucht. De torenbouwers wilden wel dat hij tot aan de hemel reikte. Maar er ging iets mis, de toren werd nooit afgebouwd. Op een of andere manier had de ene torenbouwer geen idee meer wat de andere bedoelde. Ze begrepen elkaar niet meer.

De onderbouw heeft ook een toren. De takentoren is een ingenieuze kast met laatjes, bakjes, symboolkaartjes, naamplaatjes, kleurmagneetjes en wat al niet meer. Iedere kleuter in de kleutergroep begrijpt wonderwel hoe de toren werkt en wat je ermee kunt doen.
Eén van de kleuters wil het me wel uitleggen. Ze laat haar takenboekje zien: “Kijk, hè, ik heb nu al twee taken af. Deze heb ik maandag gedaan en deze vandaag. En ook afgekleurd. Zie je?” “En nu,” vraag ik belangstellend.

Een jongetje dat naast mij zit, komt er even tussendoor. Met ogen vol warmte vraagt hij of ik een hartje van hem wil.

Het meisje schuift haar takenboekje in het daarvoor bestemde laatje in de toren. “Luister,” gaat ze onverstoorbaar verder, “nu ga ik een andere taak kiezen. In de bouwhoek is nog plaats. Kijk maar.” Aan een andere kant van de toren wijst ze op het kaartje met het bouwsteensymbool. Naast het kaartje hangen twee naamplaatjes en er is plaats voor vier. Ze hangt haar naam erbij en gaat aan de slag met de minuscuul kleine bouwsteentjes. In een paar minuten bouwen haar kleine, vaardige vingers als een volwaardig metselaar een prachtig strakke eensteensmuur ‘in verband’.
Intussen liggen er twee moeizaam uitgeknipte vermoedens van groene hartjes voor mij op tafel. De jongen had al een muizenlijf en een muizenkop gevouwen. Door middel van die hartjes vraagt hij me nu met al zijn charme om hem te helpen met de oren. Het knippen van een cirkel blijft een groot probleem. Ik leer hem de truc van het draaien van het papier in plaats van het draaien van de schaar. Hij probeert het meteen en het werkt.

Zijn buurman kijkt oplettend mee en ziet zijn kans schoon. Hij vraagt of ik ook een truc ken voor het vouwen van zestien vierkantjes. Voor ik er erg in heb, verlies ik me in de levensgrote problemen van kleine mensen.

De juf sluit af. Het meisje toont vol trots haar muur aan de groep. Het bouwwerk is gemaakt met de degelijkheid van een bouwvakker. Een haantje de voorste roept: “Dat vind ik wel een applausje waard!”
Er klinkt een warm applaus. De torenbouwers van Babel hadden hier veel kunnen leren.

KARIN REEF

Karin \'Kaatje\' Reef