Dalton principes in de praktijk:
Beleving

Heel voorzichtig, echt heel voorzichtig, landt de mascararoller precies in het oog van mama. De kleine hand van de kleuter die de mascararoller vasthoudt, doet gauw een nieuwe poging. Het puntje van zijn tong steekt uit zijn mond. En ja, met grote precisie raakt hij nu de wimper. Uit het oog van moeder rolt een traan. Vertederd kijkt ze naar haar zoontje, ze vergeeft hem alles, zoals moeders doen.

De deodorantroller gaat niet onder het strakke mouwtje van de jurk. Maar haar kind heeft nu juist zijn zinnen gezet op die mooie roller. Moeder strekt een voor een haar armen uit: “Hier mag het ook, lieverd.” De kleuter rolt en rolt. Ondertussen kijkt hij zijn moeder liefdevol in de ogen.

In de hal kom je moeders tegen met staartjes op plekken waarvan ze zelf niet wisten dat daar staartjes konden. Moeders met gelakte nagels in alle kleuren van de regenboog. Moeders met blusher op plaatsen waar ze zelf nooit aan zouden denken. De grote moeder-verwen-ochtend. De tederheid tussen moeder en kind kan niet beter geïllustreerd worden. De afstand tussen school en thuis is even verdwenen.

Een van de mensen die onze school bezoekt als Daltonvisiteur vertelt: “Er stapt een jongetje op me af die me vraagt om twee oren te maken. Zo goed en zo kwaad als het gaat, knutsel ik met twee elastiekjes en twee plukken haar een paar mooie oren op zijn hoofd. Hij voelt eraan en zegt: ’Nee, dit is niet goed, dit zijn konijnenoren en ik wil hamsteroren.’ Mijn tweede poging slaagt. Ik maak een paar stevige haaroortjes en het jongetje is heel tevreden.”

In de schooltuin kruipt een glibberige slak over de onderarm van een stoere jongen uit groep zeven. De kleuter die hij begeleidt, kijkt met grote bewondering naar hem op. Zou hij dit ooit durven…?
“Kijk”, zegt de grote jongen, “hij laat een slijmspoor achter, hier, op mijn arm. Zie je?” Zijn stem trilt een beetje, het is duidelijk dat hij zichzelf overstijgt.

De kleuter bekijkt de glimmende streep op de arm: “Zullen we hem weer in het potje doen?” Voorzichtig pakt hij de slak vast bij zijn huis, voorzichtig trekt hij hem van de huid en brengt hij hem naar het potje. Ondertussen kijken de slakkenoogjes op steeltjes de kleuter goedkeurend aan: “Jij hebt weer heel wat geleerd vanochtend.” Als de grote en de kleine jongen in de modder op zoek gaan naar andere kriebelbeestjes, hoor ik de grote nog zeggen: “Straks laten we hem weer vrij, hoor, zo’n potje is niets voor een slak.”

Kinderen die ook op school zichzelf zijn, die ervaringen opdoen, die van tijd tot tijd iets beleven wat ze zich nog lang zullen herinneren. Kleine momenten die hen zullen bijblijven als parels.

Een oud-leerling komt naar me toe. Het gaat haar heel goed, we hebben een opgewekt heen en weer gesprek. “Weet je wat ik nooit zal vergeten”, zegt ze, “dat ik van jou met de kippen moest praten omdat ik niet kon starten met m’n gedicht. Ik dacht, dat mens is niet helemaal goed, maar daar in het hok tussen de kippen schreef ik mijn beste gedicht ooit.”

KARIN REEF

Karin \'Kaatje\' Reef