Alle daltonprincipes in de praktijk

Algemeen afsluitend juryrapport van de Nederlandse Vereniging van Daltonconciërges (N.V.D.) ten aanzien van de heer W. Pruim, conciërge aan de Lorentzschool.

Zelfstandigheid: op dit punt scoort de heer Pruim bijzonder hoog. Teruggetrokken in de donkere kelders van het gebouw, doet hij naar eigen inzicht en op geheel eigen wijze zijn werk. Hij herstelt puzzels en driewielers, wiegen en kasten, poppenhuizen en blokkendozen. Geen schilderwerk, van welke aard dan ook, is hem vreemd. Hij pleegt onderhoud aan inpandige en omliggende percelen en verlost eigenhandig kraaien en duiven uit benarde posities.

Samenwerking: wat dit betreft had de jury enige kanttekeningen. In de loop der jaren is gebleken dat de heer Pruim uitstekend en op professionele wijze samenwerkt met leerlingen uit elke groep. Ook het samenwerken met leerkrachten liet maar weinig te wensen over. Echter de samenwerking met de achtereenvolgende directeuren was af en toe moeizaam, om niet te zeggen problematisch. De oorzaak van deze problemen zou eruit kunnen bestaan dat de heer Pruim ten diepste van mening is dat hij zelf de directeur van de school is. Overigens is dit een opvatting die door menige leerling wordt gedeeld.

Verantwoordelijkheid: over deze competentie bestaan geen meningsverschillen bij de jury. De heer Pruim wordt zeer regelmatig, ook buiten zijn diensttijd, rond of in het schoolgebouw waargenomen. Tevens voelt hij zich uitermate verantwoordelijk voor de kwaliteit van het meubilair. Hij timmert nog liever zelf een kast in elkaar, dan dat hij zwicht voor ‘die abominabele Ikea-troep’.

Beleving: dit punt kostte de jury wat meer hoofdbrekens. De heer Pruim heeft het niet zo op poëzie en moderne kunst. Toch heeft de jury hem zien flaneren in een passende outfit, compleet met flamboyante baret, in zijn rol als de gearriveerde grootmeester Rembrandt van Rijn. Ook heeft hij door de jaren heen begrip gekregen voor woedeverwerkers in de boksbalruimte, voor rustzoekers in de tuin en voor kippenknuffelaars in het kippenhok.

Vrijheid in gebondenheid: eigenlijk is dit principe de heer Pruim op het lijf geschreven. Hij is een vrijbuiter. Iemand die veel vrijheid nodig heeft om te kunnen functioneren, die lak heeft aan regels, aan vaste tijden, aan welke vorm van inperking ook. Toch heeft hij de neiging om in de hoeveelheid van werkzaamheden te verdwalen. De invoering van een werkmap en het gebruik van opdrachtschriften was dan ook een gouden idee.

Conclusie: de heer Pruim verdient als geen ander het predicaat Daltonconciërge van de 21ste eeuw. Het bijpassende certificaat zal hem worden uitgereikt. Hij verwerft hiermee het recht, gedurende heel zijn leven en te allen tijde, de Lorentzschool te bezoeken, het personeel te ontmoeten, te ijsberen over beide pleinen en in de schooltuin een kop koffie te drinken en een shagje te roken.

KARIN REEF

Karin \'Kaatje\' Reef