Daltonprincipes in de praktijk:
Samenwerken/beleving
Je bent nog maar net op school, nog maar nauwelijks gewend aan al die reuzen om je heen, en daar sta je dan: zo klein als je bent op een levensgroot podium. De zon schijnt door de ramen en in de zaal is het vreselijk warm. Gelukkig is er een groot kind in de buurt, dat al vaker met dit bijltje gehakt heeft. Dat geeft houvast.
De zaal zit vol papa’s, mama’s en kinderen. De zon schijnt door de ramen en het is er vreselijk warm. Een paar behoorlijke gordijnen zouden geen overbodige luxe zijn. Gelukkig eisen die vanouds bekende, prachtig gezongen liedjes van Annie M.G. Schmidt alle aandacht op.
In een rijtuigie schommelt door de zaal, helemaal naar Vinkeveen. Grote en kleine kinderen zitten achter de enorme kont van het paard en schommelen mee.
Wondermooi zingen de kinderen Isabella Caramella. Ze kennen alle coupletten uit hun hoofd. We zijn bepaald geen zangschool, maar groep vijf van Gera zingt als een koor van lijsters. Kippenvel! (Wat zou ik trouwens het schoolkoor graag terug zien!)
Drie kleuterdokters gewapend met dokterskoffer komen aan het bed van de zieke kleuterbeer Pippeloentje. De beer is echt ziek: zelfs de geblokte pet op haar berenkop voelt zich niet lekker. Het grote doktersoverleg begint. Het duurt en duurt. Ondertussen is de beer al lang weer beter.
Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan heeft de kraan open laten staan. Wateroverlast. Om beurten meldt een speler een nog grotere ramp. Op den duur is welhaast de hele wereld ondergelopen. Als Hendrik in eigen persoon met emmer en dweil het toneel op komt om de natte boel op te dweilen, zie je de verbazing op zijn gezicht: wat is in vredesnaam het probleem helemaal!? De vergelijking met de hedendaagse media ligt voor de hand: iets is niets en je klopt het op tot torenhoog schuimgebak.
Daarna schuifelt zo’n echte oude opa voorbij: iets gebogen, wandelstok, hoed en schorre stem. Zo’n opa waar iedereen recht op heeft. M’n opa, m’n opa, m’n opa, in heel Europa is er niemand zoals hij… Een tijdloos lied.
De leerlingen uit groep 5 laten zien wat samenwerken is. Steeds zijn ze in de buurt van de kleintjes, steeds zorgen ze ervoor dat die piepjonge kleuters voor het eerst op hun eigen benen, op hun eigen voeten, op hun eigen podium durven staan. Hun juffies kijken ernaar en zijn ontroerd.
De zon schijnt door de ramen en in de zaal is het vreselijk warm. De hoofden van leerkrachten, ouders en kinderen zijn vuurrood, maar niet alleen van de hitte.
En geen wolkie in de lucht
En geen bootje in het riet
En geen auto op de weg
Want die had je toen nog niet
Je ging scheef bij ieder bochie
O, wat een lekker tochie……..
KARIN REEF
