Daltonprincipes in de praktijk:
Beleving, verantwoordelijkheid, vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid
De school is in de war. Grote en kleine kinderen, oude en jonge leerlingen lopen kriskras door elkaar. “Sommige kleuters twijfelen zo,” zucht een bovenbouwer, “maar als het me te lang duurt, dan neem ik gewoon een besluit.”
“We moeten nu naar de kippen. Weten jullie wel waar de kippen zijn? Nou, loop dan maar voorop!”
Groep vijf heeft een speurtocht gemaakt voor de kleuters. Oude en wijze kinderen beschermen, stimuleren en onderwijzen de jonkies.
“Nu mag je een spelletje uitzoeken en dan ga ik dat met je spelen,” zegt zo’n oude patriarch uit groep acht tegen een bedeesde kleuter. Hij probeert de baard in zijn keel te verbergen door een fout kleuterjuffentoontje aan te slaan. Maar de kleuter is ook niet van gisteren. Hij loopt naar de tafel met spellen en pakt het schaakspel uit een plastic tas. De grote lummel kijkt vol verbazing naar dat kleine opdondertje. Even later zitten ze verdiept in een al hun aandacht opeisende schaakpartij.
Vandaag is het de Sint Juttemisdag. De ‘maatjesgroepen’ zijn flink met elkaar in de weer. Een jaar lang is een oudere groep gekoppeld aan een jongere. Een paar keer per jaar gaan ze samen aan de slag.
Zo is er de maandviering van groep zeven en groep vier. Ze vinden elkaar in sport en spel, in gezond en ongezond, in zang en dans, acrobatiek en poëzie. Een voorstelling vol vaart en flair: de sporters komen de gymzaal binnen gerend. Zonder een spoor van angst springen ze op de trampoline en maken een salto door een hoepel. De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht. Vet ongezonde gedichtjes worden uit het hoofd voorgedragen. En bij de Ren je Slank Quiz leren we dat dikke patat nu juist gezonder is dan dunne. Die ukkies uit vier doen zo fanatiek mee met de aerobicles dat een ouder een traan wegpinkt.
De Macarena blijft een giller, maar het wordt pas echt theater als de blauwe gordijnen plotseling opengaan en twee ‘oude mannen’ gekleed in een heus pak en met een chique hoed op, vanaf een hoge richel boven de tuindeuren meezingen.
Sint Juttemis, de maandviering en dan ook nog de projectweken: gastlessen, dansworkshops, zelfgemaakte lunches, gezondheidstesten op Kennisnet, informatie over de voedselbank, over nut en lol van het bewegen en over gezonde voeding.
In een kleutergroep beschilderen de kinderen met eetbare verf het blaadje eetpapier dat voor hen ligt. Prachtige kleuren, de mooiste vormen. Eentje kijkt ondeugend grijnzend in het rond, steekt een gulzig vingertje in het bakje met rode verf en likt het heerlijk op.
“Ik eet mijn schilderij straks pas op, als hij droog is; dat bruine stukje smaakt naar drop.”
“Maar dit hoekje vind ik niet zo mooi gelukt,” heeft er één een probleem.
“Dan geef je dat hoekje toch aan papa,” lost de Juf alles op.
Voor verreweg de meeste kinderen is het genieten, voor een enkeling is het te veel. In mijn kantoor zit zomaar een klein mannetje met zijn lunchtrommel: “Mag ik even bij jou eten, hier is het tenminste helemaal stil.”
KARIN REEF
