Dalton-principes in de praktijk:
Zelfstandigheid

Verwaaid door het lokaal zitten groepjes jonge mensen dicht bij elkaar. Ze eten hun boterhammen, drinken hun drankjes, geven hun mening, kletsen uit hun nek, spreken elkaar en zichzelf tegen, keuvelen wat af en lachen zich suf. Af en toe loopt er een naar een ander groepje, sluit zich moeiteloos aan en praat mee over het wereldraadsel dat daar wordt opgelost.

Dan is het pauze. De drang om iets met z´n allen te doen is groot. Acht jaar lang zijn ze met elkaar opgetrokken, de laatste schoolweek is begonnen en dat willen ze eigenlijk niet weten… Twee jongens komen vragen om een softbal. De oude is op en versleten. Met z’n drieën lopen we naar een geheime plek, waar een enthousiaste juf de nieuwe ballen heeft verstopt: voor in het nieuwe schooljaar. De ogen van de jongens worden groot van verwondering: een nieuwe bal, nu nog, vlak voor de vakantie? Ze beloven plechtig er zuinig op te zijn, en nee, er komt geen 8 op te staan. Een half uur lang zie ik de hele groep intensief voetballen, jongens en meiden, aanstaande profs en krukken door elkaar. Hier staat een team als jong oranje, een groep die samenwerkt, samenspeelt en enthousiasme uitstraalt. Ze hebben hun eigen regels en houden rekening met elkaars tekortkomingen.

De bal vliegt de straat op. Het meisje wacht voor het houten hek, zoals ze in de loop der jaren geleerd heeft. Ze zoekt mijn blik en als ik de hare beantwoord, steekt ze haar hand op. Ik doe hetzelfde en dan mag ze de bal halen.

Een ander meisje komt naast me zitten. “Heerlijk dat voetballen, ik zal het wel missen, juf. Maar ik moet nog een doos afschilderen voor het decor. Mag ik dat nu even doen?” Natuurlijk mag dat.

Eerder deze week is de groep opgedeeld en uitgezwermd over de hele school. Een aantal werkt nog gewoon door aan de planner, anderen zijn tot juffen en meesters gepromoveerd en ondersteunen de leerkrachten. Drie jongens zitten in de korte gang te knutselen met Knexx. Als ik langsloop, vraag ik: “Jeugdsentiment, mannen?” Ietwat beschaamd kijken ze me aan. Kan dit nog wel voor zulke grote kerels. Dan breekt hun lach door:“Het is fijn om te doen, juf!”

Bij de snijmachine staat een jongen de uitnodigingen voor de musical te snijden. Met zijn linkerhand aan de handle houdt hij het papier op zijn plaats, zijn rechter haalt het vlijmscherpe mes naar beneden. “Mooie kaarten,” zeg ik in het voorbijgaan. Ik krijg een trotse glimlach.

Loslaten, vertrouwen op hun zelfstandigheid… Voor ons als team zit het erop, wat deze groep betreft. “Je hebt je kind te leen,” zei iemand ooit eens tegen mij. Dat geldt net zo goed voor juffen en meesters als voor vaders en moeders.

KARIN REEF

Karin \'Kaatje\' Reef