Daltonprincipes in de praktijk:
Zelfstandigheid

“Maar als Sinterklaas onze klas nou niet kan vinden, Juf?”
De iedereen onthutsende zin klinkt onontkoombaar door de kleuterklas. Er valt een diepe stilte in het lokaal. Een meisje slaat haar hand voor haar mond. Een jongen kijkt met grote ogen naar zijn buurman.
“Tja…, als Sinterklaas onze klas niet kan vinden…, wat dan…” vraagt de juf zich geschrokken af.
De kleuters fronsen hun voorhoofd, leggen een vinger op hun lippen, of een hand onder hun kin. Want dan kun je veel beter nadenken.
“We kunnen hem een brief schrijven,” oppert de een na een poosje.
“Of we maken een kaart voor hem met de goede weg erop,” meent een ander.
De juf is een echte Daltonjuf. Met al haar zintuigen pikt ze op waarmee de leerlingen bezig zijn en haar gedachten gaan razendsnel. De kleintjes verzinnen zelf wel hoe het nu verder moet. Zij hoeft alleen maar te zorgen voor de juiste materialen, voorzover die al niet in de klas aanwezig zijn. De briefschrijvers kunnen nog niet schrijven, hebben dus letters en stempels nodig en natuurlijk briefpapier en enveloppen. De kaartenmakers tekenspullen, kaartenmakerspapier en hun eigen allerbeste voorstellingsvermogen. Zelfs atlassen en wereldbollen brengen uitkomst. Alles en iedereen is in rep en roer.

In de koffieruimte staat een jongen uit groep 4. Hij heeft net de man gevonden die hij hebben moest: meester Wim.
“Op mijn planner heb ik bij de keuzetaak een klus opgeschreven. Nu wil ik u vragen of u werk voor me heeft.”
Meester Wim zit net zo min verlegen om een antwoord als om een klus: “Stofzuigen… Is dat niet wat?”
Even zoeken waar het apparaat staat, snoer uitrollen, stekker in het stopcontact en vol goede moed begint de jongen aan de vloer van de enorme koffieruimte. Dit is precies wat hij in zijn hoofd had. Meester Wim geeft nog wat hoogstaande stofzuigeradviezen en dan gaat het helemaal goed.

Boven bij de bovenbouwers wordt gebouwd. Niet zomaar wat, nee, echt groots. Een enorme haard, groter dan de mannen zelf. In hun jonge jaren deden hun ouders dat, maar nu kunnen en mogen ze het zelf.
“Deze kant moet beter gestut…”
“Dit plakband moet hier weg, want dat is lelijk…”
“Ga jij even sponsjes zoeken, dan kunnen we met deze verf bruinrode stenen afdrukken. We hebben niet veel tijd meer, op mijn planner staat dertig minuten keuze. Als we met z’n drieën hard werken, moet het lukken…”
De volgende dag staat er een prachtige haard in groep 7. De bouwers warmen zich aan hun eigen vakwerk. De koffieruimte is nog nooit zo schoon geweest. Opgeruimd gaat de jongen terug naar groep 4. De brieven en de routekaarten voor de Sint zijn netjes opgevouwen, in een enveloppe gestopt, geadresseerd en verstuurd. De kleuters halen opgelucht adem. Nu zal alles toch wel goed komen.

Uit betrouwbare bron weet ik dat de goedheilig man zeer ontroerd was door de zorg in de brieven en de kaarten. Eén routekaart in het bijzonder sprak hem aan. Het woord vijver kende de kleuter dan nog wel niet, maar hij gaf de Sint de keus: Hij kon links maar ook rechts langs de rivier lopen. Beide routes kwamen immers uit bij de Lorentzschool.

KARIN REEF

Karin \'Kaatje\' Reef