Dalton principes in de praktijk
Verantwoordelijkheid

De voetbalgroep, meiden en jongens door elkaar, neemt de softbal mee en rent om het hardst om de doeltjes te bereiken. Teams zijn in een ommezien gekozen. Voetballen in een kleine ruimte vereist een wereld aan techniek.

Een andere groep kiest meiden en jongenspakkertje. Altijd spannend! De regels zijn helder: als waren het cowboys drijven de jongens de meiden bij elkaar, daarna omgekeerd. Ze rennen achter je aan, grijpen je en voeren je naar de verzamelplek. Maar je moet wel tegen een stootje kunnen, want af en toe trekken ze je bijna een arm uit de kom.

De prestatiegroep traint zich een slag in de rondte. Ze zijn aan het hoogspringen over de watersteen. Ze houden hardloopwedstrijden. Ze springen zo ver mogelijk achteruit van de veerplank. Het gaat altijd om het hoogst, het snelst, het verst en het langst. Records moeten gebroken worden, de tijd moet verslagen worden. Dit is de harde wereld van: ben je goed genoeg of niet.

De bouwers en de knutselaars rommelen in de zwarte aarde in een hoekje van de plantenbak. Ze leggen weggetjes aan, graven geultjes uit, bouwen van stokjes wankele bruggetjes en schamele hutjes.

De verbale spelers zijn de kinderen van de praatjes en de opzegversjes. Ze teuten eindeloos over wie er op wie is, wie het uitgemaakt heeft en wisselen smoezelige briefjes uit. Af en toe lopen ze arm in arm en giechelend naar een leerkracht en stellen indiscrete vragen: ben jij op meester Koen, hoeveel vriendjes heb jij gehad, vind je zoenen leuk?

De aankomende acrobaten doen ingewikkelde trucs. Ze balanceren met uitgestoken armen over het hek. Ze klimmen tot bijna bovenin de blauwe palen. Ze oefenen op de trapwieltjes langs de muur. Met steun van een ander kind fietsen ze weg van de muur. Of ze trappen soepel en volmaakt in evenwicht over het plein.

Er zijn er ook die zich zonder vastomlijnde plannen op elkaar storten. Ze stoeien, ze duwen en trekken, ze voeren schijngevechten. Ze zijn ridders of rovers uit een computerspel, piraten of boeven uit een tekenfilm, ze zijn in dienst bij de recherche of bij de maffia.

Niemand geeft het startsein, geen idee wie begint, maar nu de lente eindelijk wakker is, komen als bij toverslag knikkers, springtouwen en elastieken uit alle hoeken en gaten tevoorschijn. De jassen worden uitgetrokken en op banken, muren en hekken gelegd. De mouwen worden opgestroopt.

Je moet het allemaal maar kunnen, weten en begrijpen. Daarom zijn er ook kinderen die niet opgaan in het gedruis. Ze trekken hun eigen plan. De kijker, de dromer, de observeerder, de afwachter, de niet-begrijper. Voor hen is het leven hier op het plein nooit vanzelfsprekend. Nieuwsgierig kijken ze zich de ogen uit. Of ze spelen een spelletje met de Pokemonkaarten, bestuderen wat er onder hun vergrootglas komt, of lezen een boek.

Op vrijdag spelen uit de kluiten gewassen leerlingen van groep vijf en zes op het achterplein, het plein voor de kleintjes. Voetballers blijven voetballers. Maar anderen kunnen toch de verleiding van de klimrekken niet weerstaan. Duikelrekken, voor soepele duikelaars. Weer anderen kunnen de verlokkingen van de zandbak niet weerstaan. Schitterende, angstaanjagend hoge salto’s kun je er maken. Fantastische taarten kun je er bakken. En archeologen in de dop verrichten er voorzichtig hun eerste opgravingen.

Buiten leer je het leven. Een enkele keer komt er een leerling met een pruillip, tranen over zijn wangen, een geschaafde knie. Soms heeft iemand ruzie met iemand anders, soms breekt er plotseling een oorlog uit. Meestal lossen de kinderen het zelf op. Een enkele keer hebben ze een leerkracht nodig. Even maar.

KARIN REEF

Karin \'Kaatje\' Reef