Dalton-principes in de praktijk:
Samenwerken
Iedere leerkracht maakt het mee: je realiseert je de beginsituatie van de leerlingen, je verdiept je in de stof, je verzint bijpassende werkvormen, je geeft een bondige, energieke, geïnspireerde uitleg en opeens zit de complete groep je stil en glazig aan te staren. De ene leerling kijkt gebiologeerd het raam uit, de andere raakt verstrikt in een elastiekje, een derde gumt de tijd uit en weer een ander ruimt niet alleen de chaos in zijn laatjes op. Hoe je ook je best doet, je boodschap komt niet over, je bereikt ze niet, er zit ruis op de lijn, de samenwerking tussen leerkracht en leerling komt niet van de grond.
De interessegroep tekenen bestaat uit leerlingen van groep vijf tot en met acht. Ik heb een Afrikaans kunstwerk als uitgangspunt van de les genomen: je schildert eerst een woestijnkleurige achtergrond, tijdens het drogen van de verf oefen je in het natekenen van de ledenpop in verschillende danshoudingen. Dan vertel ik kort hoe de volgende twee lessen zullen worden opgebouwd.
De leerlingen uit groep acht kunnen zo’n instructie wel aan, maar een van de leerlingen uit groep vijf kijkt me met ogen vol vraagtekens aan: de verf staat klaar, mengbakjes en brede kwasten te over, grote vellen tekenpapier bij de vleet, maar wat moet hij nu eigenlijk doen?
Vertellen en luisteren, communicatie, op elkaar afstemmen. Net zo´n essentiële voorwaarde voor de samenwerking tussen leerkracht en leerling, als voor de samenwerking tussen leerlingen onderling.
Op de voorleesochtend lees ik voor in groep zeven. De kringopstelling is nog steeds een prima manier om optimaal te kunnen vertellen en luisteren. Ik begin aan De Gruwelijke Rijmen van Roald Dahl. Glazige ogen zijn nu in geen velden of wegen te bekennen. De leerlingen doen niets anders dan luisteren. Ze lachen om iedere obsceniteit, glimlachen om de subtielste woordspeling.
De methode De Vreedzame School besteedt deze weken veel aandacht aan allerlei vormen van communicatie. In groep acht krijgen de leerlingen de opdracht om in tweetallen elkaar iets belangrijks over zichzelf te vertellen. De luisteraar moet parafraseren. Prachtig om te zien hoe scherp de leerlingen naar elkaar luisteren en het verhaal in eigen woorden navertellen.
Flip de klassenknuffel slaapt elke nacht thuis bij een andere kleuter. De juf vraagt waar Flip vannacht zal slapen. “Bij de juf,” roepen ze enthousiast en in koor. “Want wat is er morgen?” Vragen naar de bekende weg: morgen is Flip jarig, dat weten alle kleuters, dat is hen immers luid en duidelijk verteld. Vanavond gaat Flip in bad en morgenochtend krijgt hij ontbijt op bed. Wie kan daar beter voor zorgen dan de juf.
KARIN REEF
