Dalton-principes in de praktijk:
Vrijheid in gebondenheid
Op de overloop zitten ze met z´n drieën genoeglijk naast elkaar op de rode pluchen bank. Twee van hen met bungelende beentjes, de zolen raken net niet de grond. Een van de meisjes heeft haar schoenen onder de bank gezet en haar kousenvoeten onder haar lichaam opgetrokken. Alledrie zijn ze verdiept in hun boek.
Beneden in de hal zitten drie jongens op de koninklijk blauwe bank. Ik kan het niet laten er met mijn dichtbundel tussen te ploffen. De twee jongens links van mij grijnzen, de ander heeft niets in de gaten, te zeer verdiept in zijn boek. “Karin, hoe laat is het?” Een van de anderen antwoordt: “Er hangt een klok in de hal, hoor. Het is nog geen tijd om terug naar de klas te gaan.”
Leerlingen hebben de vrijheid om hun leesplek te kiezen: in de klas, op de gang of op een van de twee pluchen banken. De leerkracht vertrouwt zijn leerlingen, hij “laat” ze. Natuurlijk gaat er wel eens iets mis, maar meestal gaat het goed. Gebondenheid is een kwestie van duidelijke regels: je leest een half uur, je zit niet met je schoenen op de bank, je stoort niemand en je bent op tijd terug in de klas.
Als ik even later opnieuw boven in de bibliotheek sta, spelen twee kinderen verstoppertje achter de kasten. “Ga maar terug naar je klas”, zeg ik. Er komt geen weerwoord, ze weten het, ze gaan.
“Karin, zijn er ook Engelse boeken?”, vraagt een jongen uit groep acht, “daar heb ik zin in, zou ik dat wel kunnen?” Ik wijs hem op het rijtje boeken achterin de lange gang. “Dank je wel!” Nieuwsgierig loopt hij zijn vrije keus tegemoet.
Diezelfde dag op dezelfde bank ontdekt een van de jongens wat er gebeurt, als hij met een bankkussen over zijn hoofd wrijft. Zijn lange haar staat recht overeind. Een groepje klasgenoten blijft staan: ze gieren van het lachen. Zelfontdekkend leren noemen ze dat, maar daarover een andere keer.
KARIN REEF
