Dalton principes in de praktijk:
Samenwerken
Invallen. Vijfentwintig veelal bekende leerlingen voor mijn neus. Dat is nog eens wat anders dan individuele begeleiding van zorgleerlingen. Ik heb de vrije hand. Behalve aan een geplande rekeninstructie hoef ik me niet aan een programma te houden. Uitdagend en spannend.
Vertel aan je overbuurman of –vrouw de hoogtepunten van je vakantie. Deze herhaalt kort wat hij of zij heeft gehoord. Dan wissel je: de verteller wordt luisteraar, de luisteraar verteller. Een variant op het aloude kringgesprek uit de methode De Vreedzame School.
Vervolgens verhaal ik maar weer eens van de Toren van Babel. Omdat het zo’n rijk verhaal is, heeft het de eeuwen getrotseerd en is het steeds opnieuw te gebruiken. De bouwers starten in harmonie aan de werkzaamheden, maar eindigen in ruzie, haat en nijd, omdat ze elkaar niet meer verstaan, niet meer begrijpen. Die toren komt dan ook nooit af…
Er staan vijf bouwberoepen op kaartjes. Alle leerlingen grabbelen een kaartje uit de hoge hoed en spelen hun beroep na in pantomime. Ondertussen proberen ze hun collega bouwer te herkennen. De architecten vinden elkaar al snel, de timmerlieden hebben ook geen probleem, maar de metselaars zijn verstrikt geraakt in een groep glaszetters.
Nu alle groepen compleet zijn, krijgen ze de opdracht een misverstand te verzinnen. Om beurten wordt het misverstand uitgespeeld.
Dan staan er op de planner uitwerkingsopdrachten: de toren tekenen, bouwen van Kapla, of van rietjes en spelden. Op taalgebied kiezen ze uit een journalistiek stuk over dit menselijk drama, het verhaal navertellen in eigen woorden of het schrijven van een gedicht.
Bij de rekeninstructie belanden we in een menselijke kubieke meter; er blijken maar liefst twintig kinderen in te passen. (De meeste zijn groter en steken er een kop bovenuit.) Ook behandelen we het begrip schaal. We hebben veel plezier als we ons afvragen waar we de kaart van Hilversum zouden moeten uitspreiden, als die niet op schaal, maar op ware grootte was gemaakt. Het aloude schoolbord blijft een welkome realistische rekenhulp. Precies vier vierkante meter hangt er aan de muur. Ik teken in een hoekje een vierkante decimeter en alsof je er een kwartje ingooit, gaat iedereen spontaan aan het rekenen.
Na de lunch, tijdens het werkuur geef ik de groep een compliment: “Jullie doen het heel goed, zo wil ik het hebben.” Een van de leerlingen, een bekende van me, staat op en zegt: “Misschien dat niet iedereen Karin begrijpt, maar ze bedoelt eigenlijk te zeggen dat we het goed doen en dat we dat ook moeten volhouden deze middag.” Links en rechts wordt instemmend geknikt. Het is prettig, als we elkaar verstaan. Daarna gaat iedereen verder met zijn werk, bouwt verder aan zijn toren, puzzelt zich een weg door het rekenwerk, maakt het verslag op de computer af, of prikt zich onbedoeld in de vinger.
De rest van de week kloppen er telkens kinderen op mijn deur. Verhalen, tekeningen en gedichten worden bij me neergelegd. Een meisje heeft al de hele week een sticker op haar pols: Babel! Kijk juf, deze voetballer is vernoemd naar die toren…..
KARIN REEF
