Daltonprincipes in de praktijk:
Beleving

Als er wat te beleven valt, zijn kinderen een en al aandacht…!

In de hal dwalen twee kinderen door het sprookjesbos. Spinrag kriebelt in hun gezicht. Tegelijk strijken ze allebei met een arm de kriebels weg. Ze kijken naar een paar grote laarzen, rode schoentjes, een appel en denken diep na. Dan valt hun oog op een petieterige pompoen. Ze leggen elk een hand op de pompoen en kijken elkaar tevreden aan: ze weten het weer. Maar omdat geen van tweeën petemoei is, verandert de pompoen nu even niet in een koets.

Een kleurig, plat reptiel kruipt langs het raam, een opgeblazen ballonbeest staat op drie poten af te wachten, een oerwezen met twee slurven en een onwerkelijke staart loert op zijn kans. De vensterbank staat vol fantastische sprookjeswezens. Het lokaal, vol krantensnippers, gipsstroken en geïnspireerde kunstenaars, is een groot atelier waarin hard wordt gewerkt om sprookjes werkelijkheid te laten worden.

Een leerkracht is apentrots op zichzelf. Ze heeft zich helemaal uitgeleefd. Ze heeft Repelsteeltje nu eens niet voorgelezen, met een boek in haar handen en haar ogen in het boek. Nee, ze heeft het sprookje verteld, gewoon uit haar hoofd, in al zijn gruwelijke geuren en kleuren. Ze had haar handen en haar ogen vrij om een bange koningin te zijn, om op haar nagels te bijten, om door het kasteel te ijsberen of rond het vuur te dansen. De spanning van het verhaal was voortdurend van haar gezicht af te lezen.

In een kleuterklas liggen grote vellen papier op de grond. Met heel hun wezen zijn de kleuters aan het schilderen. Dikke kwasten en twijfelloze verfstreken toveren in een vloek en een zucht complete sprookjesbossen tevoorschijn.

Ooit in een grijs verleden liep ik stage op een kleuterschool, toen nog apart van wat de lagere school heette. Ik zat achter in de klas naast een jongetje van vier: Hessel. Ik kan het joch nog uittekenen. Met een prikpen prikte Hessel een voorgetekende wolk uit. Zijn gezicht stond op onweer. Hij sloeg zijn ogen op, keek me aan met een trieste blik en siste:
“Nu moet ik nog twee van die wolken. Ik word er gek van.”
“Zal ik er een voor je doen,” fluisterde ik samenzweerderig in zijn oor.
“Oh, ja, graag!”
Hij zweeg en keek toe hoe ik zijn wolk uitprikte.
“En weet je, als ik ze dan heb uitgeprikt, dan plakt zij ze op!”
Vol afgrijzen keek hij naar dat mens, dat daar voor in de klas op een verhoging achter haar bureau zat.

Drie jongens uit groep acht zijn aan het werk bij de grote bakken technisch lego. Prachtige voertuigen zijn ze aan het maken. Helder en overtuigend leggen ze uit wat nut en noodzaak van juist dit voertuig is.
Ik denk terug aan mijn laatste groep acht. Drie weken lang werkten de leerlingen in groepen aan zelf ontworpen vaartuigen. Enige eis: het vaartuig moet op eigen kracht de Lorentzvijver kunnen oversteken. De middag dat de zeiljachten, motorschepen en pieremachochels over de vijver kruisten, zal ik nooit vergeten. Een belevenis, die me altijd bij zal blijven.

KARIN REEF

Karin \'Kaatje\' Reef